Online uw vijverplanten en toebehoren bestellen. Goedkoop en rechtstreeks van onze eigen kwekerij bij u thuis geleverd.

Verschillende zones

Wat betekenen de verschillende zones die bij de vijverplanten genoemd worden.
Hieronder vindt u een duidelijke uitleg

zone 1: oeverplanten
zone 2: moerasplanten
zone 3: waterplanten
zone 4: waterlelies
zone 4: zuurstofplanten
zone 5: drijvende planten
checklist

 

Zone 1: Oeverplanten

Langs de vijver, oeverplanten

Deze planten staan om de vijver in gewone tuingrond. De grond is vrij droog tot vochtig en zal alleen bij een flinke regenbui of bij overstroming van de vijver erg
nat worden. Het is erg mooi om de oeverplanten qua vorm en hoogte zo te kiezen, dat er een geleidelijke overgang naar de vijverbeplanting ontstaat. Een mooie
overgang naar de vijver kunt u maken door bijvoorbeeld een keienlaag aan te brengen die in de vijverrand doorloopt. U kunt eventueel met de keien ook de folierand of
de rand van de vaste kuip camoufleren. De beplanting kan gewoon tussen de keien worden aangebracht, zodat het lijkt alsof de planten het water ingroeien, dit levert
een heel natuurlijk effect op.

Aanraders:

Lisdodde (Typha's): Oeverplant met dikke, bruine sigarenbloemen en een lang, grasachtig blad. De bruine 'sigaren' zijn de vrouwelijke bloemen, de bestuivende gelige mannelijke bloemen
groeien erbovenop. Zorgt voor een gezonde bodem. Plant lisdodden in een gesloten bak om het woekeren van hun wortels tegen te gaan.
De kleine lisdodde (Typha angustifolia) wordt tot 60 cm onder en 150 à 200 cm boven het water groot. Fijne bladvorm.
De grote lisdodde (T. latifolia) heeft een grover uitzicht. Groeit in minder diep water (tot 30 cm).
De fijnbladige lisdodde (T. gracilis) heeft een smal, sierlijk blad en kleine 'sigaren'. Wordt tot 100 à 150 cm hoog.
De dwerglisdodde (T. minima) vormt i.p.v. 'sigaren' kleine bruine bolletjes. Steekt tot 80 cm boven het water uit.

Snoekkruid/Moerashyacint (Pontederia's) : Oeversoort uit Noord-Amerika. Minder winterhard. Zet vrij diep in de vijver om bevriezing te voorkomen.

P. cordata heeft langwerpig en hartvormig blad. Bloeit met aren paarsblauwe bloemen in de late zomer en herfst. Wordt tot 100 cm hoog en kan in tot 40 cm diep water
staan. De cultivar 'Alba' bloeit wit.
Het reuzensnoekkruid (P. lanceolata) heeft een groter, lancetvormig blad en bloeit lilaroze. Woekert nauwelijks.

▲▲

 

Zone 2: Moerasplanten

Moerasplanten varierend in diepte van 0 tot 15 cm onder water

Meteen over de vijverrand begint de natte oever ofwel het moerasgedeelte. Het vijverwater heeft hier immers vrij toegang en zal de grond nat houden. Voor deze
planten is een standplaats van 0 cm tot circa 15 cm onder water acceptabel zoniet noodzakelijk. Bij deze soorten is altijd een tolerantie voor de waterdiepte
aangegeven. Hoofdzaak is dat u uw moerasplantenbegroeiing goed onderhoudt en dat het minder snel een warboel wordt. Om de snelle groeiers een beetje in te perken, is
het verstandig om de planten in zogenaamde vijvermanden te plaatsen. Dit maakt het onderhoud makkelijker en houdt de vijver overzichtelijk.

Verzorgen?
Zorg voor een goede verhouding tussen de verschillende soorten vijverplanten. Zo kan je het onderhoud van de vijver beperken.

Verwijder in de herfst afgestorven plantenmateriaal.
Bemest ieder jaar. Je vindt speciale meststof op onze website.

Aanrader:

Kalmoes (Acorus)

Winterharde moerasplant die tot 80 cm hoog wordt. Groeit in water tot 20 cm diep. Lelieachtig blad. Bloeit met geelgroene bloeikolven uit de zijkant van de bloeistengels. Ook wel zwanenbrood genoemd. Zet kalmoes in een bak met dichte wanden in de vijver om de woekerende wortels in te tomen.
De cultivar 'Variegatus' heeft een groen met geelwit gestreept blad. Kruidige geur.
De dwergkalmoes (Acorus gramineus) is een kleine variant.

▲▲

 

Zone 3: Waterplanten

Waterplanten varierend in diepte van 0 tot 40 cm onder water

Vanuit de zone van de moerasplanten komen we bij de zone van de waterplanten. Dit zijn de planten die zeer geschikt zijn voor de wat diepere delen van de vijver.
Deze planten moeten met de wortels in het water staan. Ze mogen ook geheel onder water komen te staan tot ongeveer 40 cm onder water. Zet ze in volle zon en stilstaand water. Hou weg van watervallen of fonteinen. In stromend water zullen waterplanten niet bloeien en gaan ze rotten. U kunt hierbij weer gebruik maken van onze vijvermanden. Deze manden kunt u vullen met vijver-aarde of substraat en dit afdekken met grind.

Verzorgen?

Zorg voor een goede verhouding tussen de verschillende soorten vijverplanten. Zo kan je het onderhoud van de vijver beperken.
Verwijder in de herfst afgestorven plantenmateriaal.
Bemest ieder jaar. Je vindt speciale meststof op onze website.

Aanraders:

Kies soorten die qua grootte geschikt zijn voor het formaat van je vijver.

Gele plomp (Nuphar lutea) verkiest diep water en heeft bolle, gele bloemen die ver boven water uitsteken.

Watergentiaan (Nymphoides peltata) heeft een drijvend, groen-bruin gevlekt blad en felgele bloemen. De watergentiaan lijkt op een waterlelie, maar er zijn enkele duidelijke verschillen.
Rijkelijke bloei.

Waterviolier (Hottonia palustris) draagt in mei-juni witte tot lichtroze kransen op sterke stelen die hoog boven het water uittorenen.

▲▲

 

Zone 4: Waterlelies

Waterlelies varierend in diepte van 40 tot 120 cm onder water

Tenslotte is er het diepe deel van de vijver, hierin vinden we onder andere de waterlelies. Waterlelies wortelen op de bodem van de vijver en geven de voorkeur aan rustig, stilstaand water. Waterlelies zorgen voor schaduwpartijen onder hun bladeren, waardoor algengroei wordt tegengegaan. Overdag is de waterlelie een genot om naar te kijken, maar bij somber weer en gedurende de nacht sluiten de bloemen zich weer. De diepte kan variëren van 40 tot 120 cm onder water. Dus voor iedere soort vijver is er wel een geschikte waterlelie. Waterlelies worden meestal in vijvermanden geplant en zo op de bodem van de vijver, bak, trog of kuip gezet.

De waterlelie (Nymphaea) is de koningin onder de waterplanten.

Aanraders voor een kleine vijver

'Aurora' heeft een blad met contrasterende, bruine vlekken. Rijkelijke bloei die van oranjekleurig naar lichtgeel kleuren.
'Firecrest' bloeit dieproze en verspreid een zoete geur. Geel-oranje meeldraden.
'Rose Arey' heeft een stervormige, roze bloem. Kan ook gebruikt worden in een drijfschaal.

Aanraders voor een middelgrote vijver tot grote vijver

'James Brydon' is ijzersterke variant met donkerrode bloemen. Voor de middelgrote vijver.
'Marliacae Albida' en 'Gladstoniana' hebben een zuiver witte bloei. Mooi donkergroen blad. Perfect voor een grote vijver.

algemene tips voor het verzorgen en planten van waterlelies:

De beste planttijd is het voorjaar, van april tot juni.
Controleer de pas gekochte (of gescheurde) knol wanneer hij niet in een container staat, op de aanwezigheid van schimmels en/of rotte plekken.
Snij zonodig de aangetaste plekken weg met een scherp mes en laat de wonden even drogen en de zon, maar wel met de groeipunt onder water.
Daarna de wond insmeren met houtskool en eventueel met een fungicide behandelen.
Zet de waterlelie direct niet te diep, maar bijvoorbeeld zo diep dat het blad ± 30 cm onder water staat, binnen een paar dagen zal het blad de oppervlakte bereiken.
Daarna zet u hem weer een etage lager.
Waterlelies vragen om goed te kunnen bloeien voldoende zon, plant ze dus niet in de schaduw van een boom of struik.
Geef de waterlelie een voedzame, kleihoudende bodem en gebruik bij voorkeur een speciale waterleliemand.
Houdt u aan de opgegeven waterstand.
Zet een waterlelie nooit onder een fontein of waterval, de continu neervallende druppels zullen funest zijn voor blad en plant.
Waterlelies behoeven, mits op de juiste diepte geplant, geen speciale voorzorgsmaatregelen voor de winter. Een uitzondering hierop vormen sommige dwergsoorten, deze wat dieper in de vijver plaatsen of vorstvrij overwinteren kan aan te bevelen zijn.

In natuurlijke vijvers kunnen waterlelies in de bodem worden geplant. In kunststof vijvers worden speciale mandjes of netten met vijveraarde gebruikt. De grootte van
het mandje is belangrijk. Een te kleine mand zorgt voor te weinig voedsel en daarmee voor een beperkte groei en bloei. Een te grote mand kan er toe leiden dat de
waterlelie na verloop van tijd het hele wateroppervlak heeft bedekt. Stem dit af met uw hovenier of tuincentrum. Als de bladeren een te groot deel van de vijver
afdekken, komt er geen licht in de vijver. Daardoor ontstaat een gebrek aan zuurstof in de vijver. De bladeren vormen een 'berg' en de planten bloeien minder goed.
Om dit te vermijden, kun je in de zomer de oudste bladeren wegsnijden. In het voorjaar uit het water halen, de oudste wortelstokdelen wegsnijden en de jonge opnieuw inplanten helpt het best en moet om de 4 à 5 jaar gebeuren. Als waterlelies last hebben van insecten zoals luizen, kun je die het best er gewoon van afspoelen. Het vormt een ideale voedselbron voor de vissen in de vijver.

Zet een lelie altijd in een grote mand met lelieaarde en een laag kiezel. Zet de Lelie niet direct op de bodem maar zet hem ergens halverwege zodat hij kan groeien
voordat hij op de bodem komt te staan.

Een waterlelie vergt weinig onderhoud behalve het verwijderen van de oude bladeren in de herfst.
Verwijder alleen het blad aan de oppervlakte en niet onder water om wortelrot te voorkomen.
Als de waterlelie voldoende diep staat en niet bevriezen kan, snijdt u de stengels af tot 20 cm boven de wateroppervlakte. Ook hier geldt, niet lager want dan
ontstaat er wortelrot.
In ondiepe vijvers waar de waterlelie kan bevriezen, haalt u de waterlelie uit de vijver en laat hem op een vorstvrije plek overwinteren in natte turf, of iets
dergelijks.
Zie ook ons dossier over het najaars- en winteronderhoud van de vijver.
Het wordt aanbevolen om ieder jaar meststof aan de aarde toe te voegen of de waterlelieaarde geheel te vervangen.
Osmocote is een prima meststof voor waterlelie

Waterlelies verjongen
Als de bloemen en bladeren van de waterlelies een aantal centimeters boven de waterspiegel gaan staan is het tijd om de waterlelies te verjongen.
Meestal is dit het geval zo ongeveer om de 3-4 jaar.
U kunt deze klus in de zomer uitvoeren; de maand juni is het meest geschikt maar het is mogelijk tot eind augustus.
Spoel de wortelstok goed uit en snij het oude gedeelte weg zodat u de topscheut behoudt met daaraan een wortelstok van ca. 10-15 cm.
U plaatst de knol scheef in de vijvermand met de snijwond naar beneden.
Dat wil zeggen met de neus (waaruit de stengels groeien) schuin naar boven gericht in het midden van de mand.
Vul de hele mand met speciale waterlelieaarde, dat is een klei-aarde en druk deze goed stevig aan, alleen de neus dient nog deels zichtbaar te zijn.
Maak de aarde goed nat zodat u zeker weet dat er geen lucht meer in de mand zit en dek vervolgens de aarde af met een laagje van 2-3 cm fijne kiezel of grof
rivierzand
Plaats de mand terug in de vijver en uw waterlelie kan er weer een paar jaar tegen.

Waterlelies vermeerderen
Na verloop van jaren gaan de bladeren van waterlelies steeds dichter bijeen staan en ontstaat er teveel blad en te weinig bloemen.
Dan is de tijd aangebroken om de waterlelie te delen en te vermeerderen.
Dit kan het beste worden gedaan in april of mei, het groeiseizoen is nog niet echt begonnen en de watertemperatuur is al aardig gestegen.
Haal de waterlelie uit de vijver en spoel de wortelstok goed schoon.
Snij de uiteinden van de wortelstok met een scherp mes naar beneden af, hanteer hierbij een afstand van ongeveer 15 cm vanaf de neus.
Probeer hierbij zo min mogelijk wortels te beschadigen.
Het middelste stuk, waaraan meestal geen wortels en bladeren meer zitten, kan worden weggegooid.
De afgesneden uiteinden controleert u nauwkeurig op rotte plekken, deze kunt eventueel ook afsnijden.
Let u er wel op dat u niet al te grote snijwonden maakt.
De grootste wortels aan de uiteinden kunt u afsnijden tot ca. 15 cm maar spaar de kleinere wortels.
Het beste resultaat wordt bereikt als de uiteinden daarna in kranten worden gewikkeld en ca. 1-2 weken worden gedroogd.
Na deze periode kunt u de wortelstokken opnieuw poten zoals hierboven aangegeven.

Tip!
Desinfecteert u de snijvlakken door ze in te wrijven met houtskoolpoeder, dit voorkomt rotting.

▲▲

 

Zone 4: zuurstofplanten

Zuurstofplanten varierend in diepte van 40 tot 120 cm onder water

De zuurstofplanten horen net als de waterlelies in de diepere delen van de vijver. Zuurstofplanten halen grote hoeveelheden voedingsstoffen uit het water en zorgen
daarmee voor voedselarm water, waarin algen nog maar weinig kans van leven hebben. Snoei zuurstofplanten een paar keer jaar terug tot 1/3 van de lengte. Bemest ieder jaar. Zuurstofplanten hebben tot functie het produceren van zuurstof. Die zuurstof wordt voor een deel door het water opgenomen. Het water wordt daardoor
zuurstofrijker en dat helpt weer om de gezonde, natuurlijke afbraakprocessen van afvalmateriaal in de vijver beter te laten verlopen.
Dit voorkomt rotting in de bodemlagen van de vijver. Deze planten zijn verkrijgbaar als opgepotte planten en als losse bosjes. U kunt de bosjes planten in manden met
vijver-aarde of substraat en deze dan afdekken met grind.

Advies is om 5 bosjes per m3 te gebruiken.

Aanraders

Fonteinkruid (Potamogeton's) is een gemakkelijke zuurstofplant. De meeste soorten hebben een ondergedoken blad (behalve Potamogeton natans, dit is een drijvende variant). Bloeit met geelgroene tot bruine aren die iets boven het water uitsteken.

Waterpest (Elodea Canadensis) groeit snel en moet dus regelmatig uitgedund worden. Scheidt stoffen uit die de groei van algen voorkomen. Heeft veel licht nodig.

Grof Hoornblad (Ceratophyllum Demersum) vind je in allerlei soorten. Gevorkt blad. Gedijt goed in schaduw tot halfschaduw.

Vederkruid (Myriophyllum's) remt de groei van draadalgen af. Sommige soorten vormen zowel onder als boven het water blad. In juni- augustus bloeiaren die boven het water uitsteken.

▲▲

 

Zone 5: Drijvende planten

Drijvende planten aan het wateroppervlak

Deze planten drijven los op het water. Ze worden niet geplant, maar gewoon in het water gelegd. Ze vormen wortels om voedsel uit het water te halen maar op enkele uitzonderingen na hechten ze zich niet vast in de bodem. De drijvende planten hebben een belangrijke rol in de vijver. Ze verminderen de invloed van zonlicht in het vijverwater en onttrekken er ook nog eens flinke hoeveelheden voedingszouten aan. Hier door wordt algengroei tegen gegaan. Drijfplanten kunnen zich snel
vermeerderen, haal dus af en toe wat planten uit de vijver om deze niet geheel dicht te laten groeien. Aangeraden wordt om altijd twee derde van het wateroppervlak
vrij te houden van bedekkende planten.

Aanraders

Krabbescheer (Stratiotes aloides) is een in het water zwevende, stervormige waterplant. Witte bloemetjes die aan het wateroppervlak drijven.

Groot Blaasjeskruid (Utricularia vulgaris) is een fijnbladige vijverplant met kleine vangblaasjes. Opvallende bloei met oranjegele bloemschermen.

Watersla of mosselplant (Pistia stratiotes) wordt ook mosselplantje genoemd. Behaard, bleekgroen blad.

▲▲

 


Checklist

1) De vijver heeft minstens zes uur zonlicht per dag.
Wanneer dit niet het geval is, is het verstandig om zuurstofplanten te kiezen die meer schaduw verdragen.

2) De waterplanten staan in speciale plantmanden gepoot.
Voordeel hiervan is, dat elke plant een geschikte grondsoort krijgt, de planten niet ongecontroleerd gaan woekeren en niet de hele vijverbodem van een teellaag hoeft te worden voorzien. Bovendien kan elke waterplant op de juiste diepte gezet worden.

3) Van bovenaf gezien is de vijver voor minstens de helft beplant.
Wanneer dit niet het geval is, is het verstandig extra (zuurstofplanten) in de vijver te zetten. Een vijver met veel planten is meestal een probleemloze vijver.

4) De zuurstofplanten groeien goed en de uitlopers hebben een frisgroene kleur.
Slecht groeiende zuurstofplanten wijst meestal op een probleem met de waterhardheid van de vijver. Controleer deze en verhoog de hardheid zonodig.

5) De waterlelies vormen genoeg blad en bloemen.
Waterlelies hebben vaak enkele jaren nodig voor ze het goed doen. In die tijd groeit vooral de wortelstok van de plant. Voor een waterlelie is het belangrijk, dat deze in een grote plantmand staat met speciale waterlelie-aarde.

6) De zuurstofplanten kunnen doorgroeien naar het wateroppervlak.
Wanneer zuurstofplanten de wateroppervlakte bereikt hebben, neemt de groei ervan af. De plant neemt daardoor ook minder voedingsstoffen op uit het water. Snoei de zuurstofplanten daarom regelmatig tot 10 cm onder het wateroppervlak, zodat ze door kunnen groeien.

7) Er staan verschillende soorten zuurstofplanten in de vijver.
Niet alle zuurstofplanten groeien in elke periode van het jaar even hard. Om ervoor te zorgen dat er het hele groeiseizoen groeiende zuurstofplanten in de vijver staan, is het verstandig om meerdere soorten te plaatsen. Bovendien kan op die manier gekeken worden, welke zuurstofplant het het beste doet in de vijver.

8) De zuurstofplanten verslijmen niet en scheuten komen niet los.
Wanneer zuurstofplanten verslijmen betekent dit dat er iets mis is met de groeiomstandigheden van de planten. Dit is vaak een te lage waterhardheid, maar de vijver kan ook last hebben van zweefalgen (groen en troebel water). Het is belangrijk om in deze gevallen snel in te grijpen en de vijver te behandelen met een middel om de waterhardheid te verhogen of zweefalgen te bestrijden.

9) Er groeien geen draadalgen tussen de zuurstofplanten.
Draadalgen kunnen zuurstofplanten makkelijk overwoekeren. De groei van de zuurstofplanten loopt dan terug. Bestrijd beginnende draadalg daarom altijd direct.

10) De verschillende planten staan op de juiste diepte in de vijver.
Zuurstofplanten kunnen het beste op circa 50 cm diepte gezet worden. Lelie-achtigen op 80 cm tot 1 meter diep en moerasplanten staan alleen met de wortels in het water.

▲▲